5. De vastgoedbubbel uitgelegd De huizenprijzen zijn de voorbije jaren in een aantal steden enorm gestegen. Een van die steden is Amsterdam, zoals op onderstaande grafiek 👇 te zien is.
De reden daarvoor? Gratis geldcreatie... - Van de jaren ‘30 tot en met de jaren ’70 legden de regeringen in de meeste ontwikkelde economieën kredietregulering op aan banken, waardoor de verstrekking van hypotheken werd beperkt.
- Banken verstrekken bij voorkeur hypothecair krediet boven bedrijfskrediet, omdat het eerstgenoemde minder risico draagt.
- Gewoonlijk dient het huis dat met een hypotheek is gekocht als onderpand voor de lening. Als de lener failliet gaat, kan de bank beslag leggen op het onderpand en blijft de schade beperkt, terwijl de kredietverlening aan een bedrijf meer risico's inhoudt.
- Voor de samenleving is het verstrekken van krediet aan productieve bedrijven nochtans essentieel, want het zorgt voor duurzame economische groei en de bijkomende inkomens om schulden af te lossen.
- Maar de kredietregulering is langzaamaan ontmanteld, met als gevolg dat in 1995 het hypothecaire krediet van banken het niet-hypothecaire krediet voorbijstreefde. De hypotheekrevolutie was een feit.
Een bank creëert geld uit het niets als het krediet verstrekt. Dus als banken hypotheken verstrekken, wordt de geldhoeveelheid vergroot, maar het geld wordt uitgegeven aan een gelimiteerd aantal huizen. - Het geldaanbod is met andere woorden elastisch, terwijl het aanbod van huizen inelastisch is.
Geen wonder dat in de jaren ‘90 de huizenprijzen stegen. - Vervolgens kwam de feedbackcyclus op gang:
- hogere huizenprijzen zorgden voor meer vraag naar hypotheken,
- wat de prijzen verder opdreef,
- resulterend in meer vraag naar hypotheken, enzovoort.
Meer hier |